“ Samen sta je sterker en kun je beter onderhandelen”
Tekst: Anne Doeleman
Ergotherapeut Sonja Kluin is bestuurslid van twee regionale samenwerkingsverbanden in Midden-IJssel en Twente. Ze vindt het een mooie uitdaging om bestuurswerk te doen en wil de invloed van paramedici in haar regio versterken. Hoe werken deze samenwerkingsverbanden en wat kunnen andere ergotherapeuten leren van hun voorbeeld?
Sonja Kluin is praktijkeigenaar van Ergotherapie Salland, een praktijk met locaties in Raalte, Holten, Nijverdal en Wijhe. Haar praktijk valt onder de regio’s Twente en Midden-IJssel. In beide regio’s zit Kluin in het bestuur van de regionale samenwerkingsverbanden van ergotherapeuten. In Twente verenigden de ergotherapeuten zich eerst monodisciplinair. Ze startten zo’n twee jaar geleden met de oprichting van de Twentse Organisatie Ergotherapeuten (TOE). Per 1 februari dit jaar sluiten ze zich met de TOE aan bij de Twentse Organisatie Paramedici (TOP). Het is de bedoeling dat alle paramedische disciplines, die zich dus eerst monodisciplinair hebben verenigd, worden opgenomen in de TOP. In de regio Midden-IJssel was de insteek iets anders. Die regio is een stuk kleiner dan Twente. Er zijn maar zes ergotherapiepraktijken (tegenover twintig in Twente) en vier gemeenten (tegenover veertien in Twente). De paramedici kenden elkaar al goed en de lijntjes zijn er korter. Zij begonnen zich daarom al multidisciplinair te verenigen. Dat bleek uiteindelijk toch niet handig. Kluin: “Daar zijn we een paar stappen teruggegaan. We zijn ons ook daar eerst monodisciplinair gaan organiseren. We willen eerst een mandaat hebben om te spreken namens de achterban. Daarna gaan we ons pas formeel multidisciplinair organiseren.” De vereniging van ergotherapeuten, Ergo-MIJ, wordt dit jaar opgericht.
Valpreventie
Sonja Kluin vindt regionale samenwerking belangrijk. “In de eerste lijn spelen meerdere kwesties, zoals de vergrijzing, de toename van inwoners met één of meer langdurige ziekten of aandoeningen en een oplopend tekort aan personeel in de zorg. Die vraagstukken moeten we gezamenlijk gaan oppakken.” Kluin hoopt dat paramedici kunnen meedenken en invloed kunnen uitoefenen op het beleid door regionale samenwerking tussen paramedici te organiseren. “Als eenpitter of kleine praktijk heb je je handen vaak al vol aan je werk als therapeut. Je werkt en schikt je naar beleid dat door andere partijen is opgesteld. Door ons regionaal zowel monodisciplinair als multidisciplinair te verenigingen, kunnen we onze stem beter laten horen. En andersom zijn wij ook aanspreekbaar voor de regionale partners zodat zij ook input bij ons kunnen ophalen.
Met elkaar kunnen we nadenken over hoe de eerstelijnszorg ingericht moet worden in onze regio. Samen sta je sterker en kun je beter onderhandelen. Ik hoop dat we een serieuze gesprekspartner worden.”
Kluin noemt valpreventie als voorbeeld. Deze interventie wordt deels vanuit de zorgverzekeraar betaald en deels vanuit de gelden uit het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) van de gemeente. Kluin: “De zorgverzekeraar en de gemeente, maar ook zorgverleners, hebben een rol in de inrichting daarvan. Het is goed om van alle partijen een vertegenwoordiger te hebben, dus ook van de paramedici.” Kluin merkt dat het nu al werkt: waar ze eerder veel moeite moest doen om een regionale bestuurder telefonisch te kunnen spreken, heeft ze nu als aanspreekpunt veel sneller iemand aan de lijn. Een ander argument voor regionale samenwerking ziet Kluin in het vergroten van de bekendheid over de mogelijkheden van paramedici, en specifiek van ergotherapeuten, bij managers, huisartsen en andere zorgverleners.
Voucher
Kluin hoopt dat de vertegenwoordigers van de paramedici in de regionale samenwerkingsverbanden niet alleen gezien en gehoord worden, maar ook betaald. “De eerste keer dat ik aanschoof bij de regio Midden-IJssel en het regioplan werd gepresenteerd, waren 95 van de 100 aanwezigen managers, die daar allemaal betaald zaten. De vijf paramedici zaten er op vrijwillige basis. Dat klopt niet en moet veranderen.” De Sallandse ergotherapeut is blij met de monodisciplinaire vouchers van ZonMw. Die 20.000 euro gebruiken Kluin en collega’s voornamelijk voor vacatiegelden voor bestuursvergaderingen en voorbereiding daarvan. Een deel van het geld gaat ook zitten in zaken als de website, inschrijving bij de Kamer van Koophandel en het bankrekeningnummer. De voucher is bedoeld om de start te kunnen maken als formeel samenwerkingsverband. De structurele kosten worden betaald uit de contributies. Leden van de TOE en Ergo-MIJ betalen zo’n 200 euro contributie per jaar. Dat doet iedereen overigens zonder problemen, merkt Kluin. “Nagenoeg alle ergotherapeuten in onze regio’s zijn lid en zien het belang in van regionale samenwerking. Dat komt denk ik ook omdat we ze al vroeg en regelmatig erover hebben geïnformeerd, bijvoorbeeld bij een REN of een andere overlegvorm.”
Underdog
Kluin had al wat bestuurservaring opgedaan bij haar sportvereniging, maar vindt het bestuurswerk van de regionale samenwerkingsverbanden ‘best een uitdaging’. “We komen als paramedici allemaal met de voeten uit de klei. Terwijl nu van je verwacht wordt dat je beleidsstukken binnen vijf dagen gelezen hebt, met materie die je niet gewend bent. En ga maar eens om tafel zitten met een directeur van een zorgorganisatie en huisartsorganisatie.” Maar ze denkt dat ergotherapeuten vooral niet de positie van underdog moeten innemen. “Wij hebben kennis van de praktijk en weten hoe het is op de werkvloer, dat is onze kracht. Dat hebben managers of directeuren lang niet altijd. En ondernemers binnen de ergotherapie kunnen ook echt wel goed nadenken en managen. Ik denk dat we onszelf soms tekort doen en meer kunnen dan we denken.”
Bovendien houdt Kluin wel van een uitdaging. “Ik vind het leuk om dit bestuurswerk naast mijn praktijkwerk te doen en overstijgend te werken.” Kluin volgde ter voorbereiding de cursus bestuurlijke vaardigheden van Organisatiegraad, de organisatie die paramedici helpt zich te verenigen [red: Dit programma van de landelijke paramedische partijen met ZN en VWS is eind 2024 gestopt.] Dat was handig, hoewel Kluin wel had gehoopt er meer van te leren. “Het kennisniveau van de deelnemers was wisselend, wat maakte dat we minder diep ingingen op onderwerpen dan waar ik behoefte aan had.” Gelukkig hoefden Kluin en collega’s bij het opzetten van hun samenwerkingsverband niet alles zelf te bedenken. Elke regio heeft een regionale ondersteuningsstructuur (ROS), die helpt bij het opzetten van samenwerkingsverbanden en ondersteunt nu bij het indienen van de aanvraag van de monodisciplinaire voucher. Ook van andere paramedici leerde Kluin veel. En er is een landelijke appgroep voor kernteamleden binnen de ergotherapie. “Zo hoef je niet steeds het wiel uit te vinden.”
Kluin denkt dan ook dat ergotherapeuten niet bang moeten zijn om regionale samenwerkingen aan te gaan. Maar ze waarschuwt ergotherapeuten wel om niet te verwachten dat de regionale samenwerkingsverbanden direct op de werkvloer merkbaar zijn. “Het begint van bovenaf en zal pas later in de praktijk merkbaar zijn.”